BumaStemra heeft de begroting voor 2021 opgesteld. We delen deze met onze leden, in een vorm die afwijkt van wat u van ons gewend bent. Dat heeft alles te maken met de maatschappelijke en economische realiteit waarin we leven. Omdat er grote onzekerheid bestaat over de nabije toekomst, hebben we besloten om naast de begroting een viertal scenario’s op te stellen. In deze financiële portal delen we die met u.
Veranderende realiteit
BumaStemra heeft haar begroting voor 2021 opgesteld in het najaar van 2020, de periode waarin duidelijk werd dat de resultaten over 2020 minder negatief zouden uitvallen dan eerder werd gevreesd. In die periode werden ook enkele inperkende coronamaatregelen versoepeld en klonken er hoopvolle geluiden door over de succesvolle ontwikkeling van vaccins. Daarmee groeide de verwachting dat we in 2021 een voorzichtig herstel in onze markten zouden zien.
Begin december 2020, toen de begroting ter goedkeuring werd voorgelegd aan de Raad van Toezicht, was de tweede coronagolf een feit en werden de corona-maatregelen toch weer aangescherpt. In de weken erna ging Nederland zelfs in een verdergaande lockdown, mede door de dreigende opkomst van mutaties in het coronavirus.
De toenemende onzekerheid ten aanzien van de ontwikkelingen in 2021 heeft ons op dat moment doen besluiten om meerdere mogelijke scenario’s uit te werken, variërend van de oorspronkelijke, gematigd optimistische begroting tot aan een scenario waarin herstel in 2021 uitblijft.*
Inmiddels zijn de voorlopige resultaten over 2020 bekend. Die zijn relevanter dan de begroting voor 2020, die is opgesteld toen nog niemand de coronacrisis zag aankomen, en presenteren wij daarom naast de verwachtingen voor 2021. De voorlopig gerealiseerde incasso van rechtenopbrengsten is € 13,8 miljoen (6,4%) lager dan begroot voor 2020. De corona-impact van circa € 32 miljoen is deels gecompenseerd door de sterke groei in het marktsegment Online. De uiteindelijke realisatie over 2020 kan afwijken van deze voorlopige cijfers en zal na accountantscontrole, in aanloop naar de Algemene Ledenvergadering van 2 juni 2021, middels de jaarverslagen gecommuniceerd worden.
Scenario’s 2021
Vooral de voor 2021 begrote incasso van rechtenopbrengsten kent grote onzekerheid. Wanneer kunnen er weer evenementen georganiseerd worden? Hoe lang worden horeca en verkoopruimten geconfronteerd met sluiting? Welke impact heeft dit alles op de (on)inbaarheid van gefactureerde rechtenopbrengsten?
Door ons doorgerekende scenario’s variëren van € 193,8 miljoen tot € 153,6 miljoen incasso voor 2021. Dit is circa 5% tot 25% lager dan de voorlopige realisatie 2020, die op haar beurt 7% lager was dan de realisatie 2019. Hierbij is meegerekend dat de corona-impact op incasso 2020 door buitenlandse zusterorganisaties pas zichtbaar zal worden in een daling van de in 2021 aan BumaStemra door te betalen bedragen. Bovendien zal er, in tegenstelling tot in 2020, in 2021 aanzienlijk minder mogelijkheid zijn om aanvullende rechtenopbrengsten uit voorgaande, betere gebruiksjaren te incasseren. Ter indicatie: in 2020 is ruim € 50 miljoen aanvullend geïncasseerd over voorgaande gebruiksjaren. De jaren daarvoor was dat rond de € 43 miljoen.
Repartitie en kosten 2021
Als resultaat van de lagere incasso 2020/2021 valt ook de repartitie in 2021 lager uit dan in 2020. Bovendien is in de 2020 repartitie van auteursrechtgelden voor RTV en Podia eenmalig over vijf in plaats van vier kwartalen gedistribueerd door realisatie van een structurele versnelling. De begrote repartitie 2021 (inclusief € 8,6 miljoen toevoeging aan het Fonds voor Sociale en Culturele doeleinden) is € 172,8 miljoen. Dit is € 11,2 lager dan de voorlopige realisatie 2020. Buma verwacht een daling van € 23,1 miljoen, maar Stemra verwacht een toename van
€ 11,9 miljoen. Voor Stemra is de corona-impact aanzienlijk beperkter dan voor Buma en in 2021 wordt extra repartitie van oudere Thuiskopie-gelden verwacht.
Ondanks dat de gevolgen van corona nog duidelijk merkbaar zullen zijn in 2021, geloven we dat de coronacrisis tijdelijk is. We besparen waar mogelijk op kosten, maar nemen geen structurele maatregelen die de organisatie afbouwen. We zorgen wel dat we klaar staan als de markt weer aantrekt en maken BumaStemra klaar voor de toekomst. We hebben een nieuwe strategie geformuleerd, getiteld: To the Beat of the Drum. De muziekwereld zal weer in beweging komen en wij bewegen in het juiste ritme mee. Groei is daarbij belangrijk. Niet alleen in volume, maar ook in kwaliteit. Daarnaast zetten we nadrukkelijk in op collectiviteit. Om dat mogelijk te maken moeten we de organisatie versterken en processen optimaliseren.
De begrote kosten voor 2021 komen daardoor hoger uit dan in 2020. Belangrijkste reden is de noodzakelijke vervanging van ons verouderde IT-systeem. Verder uitstel van deze vervanging zou de continuïteit van onze dienstverlening en daarmee onze positie in de markt in gevaar kunnen brengen. Het nieuwe IT-systeem wordt in 2021 en 2022 verder ontwikkeld en zal gefaseerd in gebruik genomen worden. De vervangingsinvestering kent een positieve businesscase: door automatisering van werkzaamheden die momenteel geoutsourcet zijn, verdient BumaStemra de investering binnen de afschrijvingstermijn terug.
BumaStemra heeft met het oog op mogelijke kostenbesparing in 2020/2021 aanvragen gedaan in het kader van de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (NOW-regeling). Nu nog onduidelijk is of deze aanvragen zullen worden toegekend, is in de voorlopige realisatie 2020 en/of in de scenario’s voor 2021 nog niet gerekend met een tegemoetkoming in de personeelskosten.
Kosten- en inhoudingspercentages
De veranderende verhouding tussen incasso en kosten brengt tijdelijk een hoger kostenpercentage met zich mee. Vooral afhankelijk van hoe de incasso zich ontwikkelt in 2021, komen de verschillende scenario’s uit op een kostenpercentage tussen 16% en 20% voor BumaStemra gezamenlijk. Zonder corona-impact zou het begrote kostenpercentage onder de norm van 15,0% zijn uitgekomen. Wij zullen de fasering van verbeter- en veranderinitiatieven blijven afwegen, maar onze kostenbasis is grotendeels een vaste.
In 2021 hanteert BumaStemra alleen nog vooraf vastgestelde inhoudingspercentages voor administratievergoeding. Deze percentages zijn ten opzichte van de oude methodiek in alle categorieën gelijk gebleven of zelfs verlaagd, om extra impact op de voor distributie beschikbare gelden te voorkomen. Wanneer de incasso tegenvalt, zal de inhouding niet kostendekkend zijn en ontstaat een tekort aan het einde van het jaar. Dit verwachten we op te kunnen vangen met aanwezige reserves.
Net als in 2020 zal BumaStemra zich ook in 2021 sterk blijven maken om muziekmakers te steunen waar mogelijk. Er zijn nog gelden beschikbaar voor het Noodfonds Muziek en er komen aanvullende werkbijdragen voor nieuwe muziek. Met muziekgebruikers zijn, in samenwerking met de brancheorganisaties, via VNO/NCW principe-afspraken gemaakt dat geen auteursrechten hoeven te worden betaald over de periode dat een organisatie verplicht dicht is geweest. Uitgangspunt is dat we gezamenlijk in de problemen zitten en er dus ook gezamenlijk uit moeten komen.
We kijken ernaar uit om in 2021 en in de jaren die volgen onze bijdrage te leveren om muziek de verbindende factor te laten blijven zijn in een samenleving die dat nu meer dan ooit nodig heeft.
Bernard Kobes CEO
Marleen Kloppers CFO
* Realisatie kan afwijken van verwachtingen, bijvoorbeeld omdat veronderstelde gebeurtenissen zich niet voordoen zoals verwacht en de invloed daarvan van significant belang kan zijn. Daardoor kan de realisatie ook buiten de genoemde bandbreedtes uitkomen.
De mutatie van deze voorziening bij Stemra betreft het negatieve saldo kostendekking van € 0,7 miljoen. Dit tekort wordt voornamelijk veroorzaakt doordat de baten lager waren dan begroot, met name door lagere ingehouden administratievergoedingen als gevolg van de lagere incasso.
De mutatie van deze voorziening bij Buma betreft in 2025 de uitkering boven bandbreedte van € 9,3 miljoen en het positieve saldo kostendekking van € 8,1 miljoen. Het positieve saldo wordt voornamelijk veroorzaakt door het positieve beleggingsresultaat en hogere ingehouden administratievergoedingen.
De mutaties van deze voorziening in 2024 betreffen een uitkering van € 1,6 mln en het positieve saldo kostendekking voor 2024: € 0,5 mln. De uitkering van € 1,6 mln betrof het verschil tussen de stand van de voorziening per 31 december 2023 (€ 4,6 mln) en de voor 31 december 2023 vastgestelde bovengrens van de voorziening (€ 3,0 mln). De AVA heeft op 15 mei 2024 ingestemd met het uitkeren van dit bedrag. Het dekkingsoverschot wordt voornamelijk veroorzaakt doordat de ingehouden administratievergoedingen € 0,2 mln hoger waren dan begroot vanwege de hogere rechtenopbrengsten en doordat de beheerskosten € 0,3 mln lager waren dan begroot. De overige en de financiële baten waren gezamenlijk € 0,3 mln lager dan begroot. Doordat in de begroting voor 2024 was uitgegaan van een dekkingsoverschot van € 0,3 mln komt het totale dekkingsoverschot uit op € 0,5 mln.
De mutatie van deze voorziening in 2024 betreft het positieve saldo kostendekking voor 2024: € 12,3 mln. Dit overschot wordt voornamelijk veroorzaakt door het positieve beleggingsresultaat, dat € 9,2 mln hoger was dan begroot. Hiernaast waren door hogere rechtenopbrengsten de ingehouden administratievergoedingen € 1,1 mln hoger dan begroot. De beheerskosten waren € 1,5 mln lager dan begroot en overige (financiële) baten waren gezamenlijk € 0,5 mln lager dan begroot. Doordat in de begroting voor 2023 al was uitgegaan van een dekkingsoverschot van € 1,0 mln komt het totale dekkingsoverschot uit op € 12,3 mln.
De mutaties van deze voorziening in 2023 betreffen een uitkering van € 1,7 miljoen en het positieve saldo kostendekking voor 2023: € 0,6 miljoen. De uitkering van € 1,7 miljoen betrof het verschil tussen de stand van de voorziening per 31 december 2022 (€ 5,7 miljoen) en de voor 31 december 2022 vastgestelde bovengrens van de voorziening (€ 4,0 miljoen). De AVA heeft op 17 mei 2023 ingestemd met het uitkeren van dit bedrag. Het dekkingsoverschot wordt voornamelijk veroorzaakt doordat de ingehouden administratievergoedingen € 0,6 miljoen hoger waren dan begroot vanwege de hogere rechtenopbrengsten. De beheerskosten waren € 0,5 miljoen lager dan begroot, de overige en de financiële baten waren gezamenlijk € 0,1 miljoen lager dan begroot. Doordat in de begroting voor 2023 was uitgegaan van een dekkingstekort van € 0,6 miljoen komt het totale dekkingsoverschot uit op € 0,6 miljoen. De voorziening eindigt hiermee € 1,6 miljoen boven de bovengrens die voor eind 2023 is bepaald.
De mutatie van deze voorziening in 2023 betreft het positieve saldo kostendekking voor 2023: € 17,0 miljoen. Dit overschot wordt voornamelijk veroorzaakt door het positieve beleggingsresultaat, wat € 11,5 miljoen hoger was dan begroot. Hiernaast waren door hogere rechtenopbrengsten de ingehouden administratievergoedingen € 1,4 miljoen hoger dan begroot. De beheerskosten waren € 1,8 miljoen lager dan begroot en overige (financiële) baten waren gezamenlijk € 0,3 miljoen hoger dan begroot. Doordat in de begroting voor 2023 al was uitgegaan van een dekkingsoverschot van € 1,9 miljoen komt het totale dekkingsoverschot uit op € 17,0 miljoen; de voorziening eindigt hiermee tussen de boven- en de ondergrens die voor eind 2023 is bepaald.
De mutaties van deze voorziening in 2022 betreffen een uitkering van € 9,3 mln en het positieve saldo kostendekking voor 2022: € 0,7 mln. De uitkering van € 9,3 mln betrof het verschil tussen de stand van de voorziening per 31 december 2021 (€ 14,3 mln) en de vastgestelde bovengrens van de voorziening (€ 5,0 mln). De AVA heeft op 25 mei 2022 ingestemd met het uitkeren van dit bedrag.
Het dekkingsoverschot wordt voornamelijk veroorzaakt doordat de ingehouden administratievergoedingen € 1,0 mln hoger waren dan begroot vanwege de hogere rechtenopbrengsten. De beheerskosten waren € 0,3 mln lager dan begroot, de overige en de financiële baten waren gezamenlijk € 0,4 mln hoger dan begroot. Doordat in de begroting voor 2022 was uitgegaan van een dekkingstekort van € 1,0 mln komt het totale dekkingsoverschot uit op € 0,7 mln.
De mutatie van deze voorziening in 2022 betreft het negatieve saldo kostendekking voor 2022: € 24,6 mln. Dit tekort wordt voornamelijk veroorzaakt door het negatieve beleggingsresultaat, wat € 29,0 mln lager was dan begroot. Hier staat tegenover dat door hogere rechtenopbrengsten de ingehouden administratievergoedingen € 3,6 mln hoger waren dan begroot. De beheerskosten waren € 1,5 mln lager dan begroot. Doordat in de begroting voor 2022 al was uitgegaan van een dekkingstekort van € 0,8 mln komt het totale dekkingstekort uit op € 24,6 mln.
Stemra belegt de nog te verdelen auteursrechtgelden niet. De liquide middelen worden aangehouden op verschillende vrij opneembare rekeningen. In 2025 bedroegen de financiële baten per saldo € 0,4 miljoen.
Deze norm richt zich op de ontwikkeling van het beheerskostenniveau. De norm stelt dat de kosten niet meer mogen toenemen dan de consumentenprijsindex in het jaar waar het jaarverslag betrekking op heeft. De begrote kostenstijging in 2023 bedraagt 20,1%. De feitelijke CPI-stijging over 2023 is begin 2024 bekend.
De begrote kostenstijging in 2023 is berekend in relatie tot de werkelijke kosten 2022, welke lager uitvallen dan begroot. De hogere beheerkosten in 2023 worden veroorzaakt door verbeter- en veranderinitiatieven, inclusief de vervanging van het IT-systeem. Omdat door Covid-19 en krapte op de arbeidsmarkt de start beperkt is geweest, is ook de verwachte groei in kosten om dit mogelijk te maken beperkt gebleven in voorgaande jaren. In de begroting voor 2023 wordt een inhaalslag verwacht.
Hier worden de beheerskosten gerelateerd aan de rechtenopbrengsten. In de begroting 2023 komt dit voor Buma/Stemra gezamenlijk uit op een kostenratio van 14,6%. Dit is ondanks de stijgende beheerskosten lager dan in de begroting voor 2022 (14,8%), wat wordt veroorzaakt door de hogere rechtenopbrengsten in 2023. De verwachting is dat de verdere professionalisering van de organisatie leidt tot hogere incassostromen vanaf 2024. Dit zal vervolgens ook tot effect hebben dat het kostenpercentage ten opzichte van de rechtenopbrengsten verder af zal nemen.
Hier worden de beheerskosten gerelateerd aan de repartitie. In de begroting 2023 komt dit voor Buma/Stemra gezamenlijk uit op een kostenratio van 18,2%. Dit is hoger dan voorgaande jaren, wat wordt veroorzaakt door de hogere begrote beheerskosten in 2023 vanwege verdere professionalisering van de organisatie. De verwachting is dat dit leidt tot hogere incassostromen vanaf 2024. Dit zal vervolgens ook tot effect hebben dat de repartitie in de toekomst verder stijgt, waardoor het kostenpercentage ten opzichte van de repartitie naar verwachting vanaf 2025 zal afnemen. Buma/Stemra hanteert overigens de kostennorm t.o.v. de incasso en niet de kostennorm t.o.v. de repartitie omdat bij laatstgenoemde de mogelijkheid bestaat om te sturen.
De voorziening tijdelijke verschillen kostendekking bevat de eind 2020 aanwezige € 6,6 mln bestemmingsreserve plus het batig saldo kostendekking over 2021 van € 7,7 mln.
Dit saldo kostendekking bevat een eenmalige bate van € 7,1 mln als gevolg van het gewijzigde Repartitiereglement inzake inhouding van administratievergoedingen. Daarnaast zijn de beheerskosten lager dan begroot.
De voorziening tijdelijke verschillen kostendekking bevat de eind 2020 aanwezige € 33,8 mln bestemmingsreserve plus het batig saldo kostendekking over 2021 van € 10,7 mln.
Dit saldo kostendekking bevat € 4,1 mln verschil tussen het gerealiseerde beleggingsresultaat (€ 6,9 mln) en het normatief beleggingsresultaat waarmee de beheerskosten deels gedekt worden (€ 2,8 mln). Daarnaast is een eenmalige bate gerealiseerd van € 5,4 mln als gevolg van het gewijzigde Repartitiereglement inzake inhouding van administratievergoedingen, en zijn de beheerskosten lager dan begroot.
De norm richt zich op de ontwikkeling van het beheerskostenniveau. De norm stelt dat de kosten niet meer mogen toenemen dan de consumentenprijsindex in het jaar waar het jaarverslag betrekking op heeft.
De begrote kostenstijging in 2022 zal mogelijk hoger uitvallen dan de CPI-jaarmutatie. Dit wordt veroorzaakt door een inhaalslag van in voorgaande jaren uitgestelde verbeter- en veranderinitiatieven, inclusief de vervanging van het IT-systeem. De feitelijke CPI-mutatie 2022 is pas begin 2023 bekend.
Hier worden de beheerskosten gerelateerd aan de repartitie. De gestelde norm is 15%.
In de begroting 2022 voldoet Buma/Stemra gezamenlijk met een kostenratio van 15,8% niet aan deze norm. Dit komt vooral door de Covid-19 impact op Buma’s voor distributie beschikbare gelden én de incidenteel hoge kosten voor de vervanging van het verouderde IT-systeem. Zodra deze effecten zich normaliseren en de resultaten van de implementatie van de strategie zichtbaar worden, zal deze kostenratio naar verwachting dalen. Stemra zal naar verwachting wel in 2022 aan deze norm voldoen.
Hier worden de beheerskosten gerelateerd aan de rechtenopbrengsten. De gestelde norm is 15%.
In de begroting 2022 voldoet Buma/Stemra gezamenlijk met een kostenratio van 14,8% aan deze norm. Op basis van de voorlopige kostenverdeling zal Stemra naar verwachting uitkomen op een kostenratio van 15,9%.
Een daling wordt verwacht zodra de incidenteel hoge kosten voor de vervanging van het verouderde IT-systeem zich normaliseren en de resultaten van de implementatie van de strategie zichtbaar worden.
Het tekort uit gewone bedrijfsuitoefening over 2020 is onttrokken aan de bestemmingsreserve. De buitengewone last inzake de storting in het Noodfonds Muziek is onttrokken aan de continuïteitsreserve. Deze resultaatbestemming is verwerkt in de jaarrekening.
Het verschil tussen het gerealiseerde beleggingsresultaat (€ 8,7 mln) en het normatief beleggingsresultaat waarmee de beheerskosten deels gedekt worden (€ 2,0 miljoen), zijnde € 6,7 mln, is toegevoegd aan de bestemmingsreserve. Deze resultaatbestemming is verwerkt in de jaarrekening.
De norm richt zich op de ontwikkeling van het beheerskostenniveau. De norm stelt dat de kosten niet meer mogen toenemen dan de consumentenprijsindex in het jaar waar het jaarverslag betrekking op heeft.
De begrote kostenstijging in 2021 zal hoger uitvallen dan de CPI-jaarmutatie. Dit wordt veroorzaakt door een inhaalslag van in voorgaande jaren uitgestelde verbeter- en veranderinitiatieven, inclusief de vervanging van het IT-systeem. De feitelijke CPI-mutatie 2021 is pas begin 2022 bekend.
Over de reeks van meerdere jaren, sinds de invoering van de norm, blijft de ontwikkeling van de beheerskosten binnen de ontwikkeling in de CPI.
Hier worden de beheerskosten gerelateerd aan de repartitie. De gestelde norm is 15%.
In de begroting 2021 wordt aan deze norm niet voldaan. Dit komt vooral door Buma’s dalende repartitie in 2021, volgend uit de lagere incasso. Stemra zal naar verwachting wel aan deze norm voldoen; daar stijgt de repartitie naar verwachting, vooral door de inhaalslag op oudere Thuiskopie gelden.
Hier worden de beheerskosten gerelateerd aan de rechtenopbrengsten. De gestelde norm is 15%.
In de begroting 2021 wordt aan deze norm niet voldaan, met name door de terugval in incasso van rechtenopbrengsten als gevolg van de coronamaatregelen. Daarnaast stijgen de begrote beheerskosten, vooral in verband met de noodzakelijke vervanging van het verouderde IT-systeem. Zonder corona-impact zou het kostenpercentage onder de norm van 15,0% uitgekomen.
Hoofdkantoor
Saturnusstraat 46-62
2132 hb hoofddorp
T: 023 – 799 79 99
E: info@bumastemra.nl
bumastemra.nl
Hoofdredactie
vereniging buma
Realisatie
Merkelijkheid
De beheerskosten van Stemra zijn in 2025 gestegen naar € 7,5 miljoen. De stijging wordt met name veroorzaakt door hogere doorbelaste kosten voor beheer, onderhoud en licenties van de nieuwe IT-omgeving en door hogere personeelskosten. De verdeelsleutel van de beheerskosten tussen Buma en Stemra bleef 84/16.
Stemra’s beheerskosten bestaan uit personeelskosten (€ 3,7 miljoen), algemene/overige kosten (€ 3,6 miljoen) en huisvestingskosten (€ 0,2 miljoen).
De beheerskosten van Buma zijn in 2025 gestegen naar € 39,7 miljoen. De stijging wordt met name verklaard door hogere personeelskosten, de verdere groei van het aantal FTE’s en hogere kosten voor beheer, onderhoud en licenties van de nieuwe IT-omgeving. De kosten bleven licht onder de begroting. De verdeelsleutel van de beheerskosten tussen Buma en Stemra bleef in 2025 ongewijzigd op 84/16.
Buma’s beheerskosten bestaan uit personeelskosten (€ 19,6 miljoen), algemene/overige kosten (€ 16,8 miljoen), afschrijvingskosten (€ 2,5 miljoen) en huisvestingskosten (€ 0,9 miljoen).
Het overschot van de exploitatierekening over 2019 is toegevoegd aan de bestemmingsreserve. Deze resultaatbestemming is verwerkt in de jaarrekening.
Het verschil tussen het gerealiseerde beleggingsresultaat (€ 15,9 miljoen) en het normatief beleggingsresultaat waarmee de beheerskosten deels gedekt worden (€ 2,2 miljoen), zijnde € 13,7 miljoen, is toegevoegd aan de bestemmingsreserve. Deze resultaatbestemming is verwerkt in de jaarrekening.
In 2018 bedroegen de beleggingsresultaten € -7,4 miljoen. Ter dekking van operationele kosten is een normatief rendement van € 2,8 miljoen gehanteerd. Het verschil tussen deze verklaart de mutatie van bestemmingsreserve (€ -10,2 miljoen).
De norm richt zich op de ontwikkeling van het beheerskostenniveau. De norm stelt dat de kosten niet meer mogen toenemen dan de consumentenprijsindex in het jaar waar het jaarverslag betrekking op heeft.
Mogelijk valt de kostenstijging 2020 door verbeter- en veranderinitiatieven hoger uit dan de CPI-mutatie in dat jaar. Dit kan pas worden vastgesteld – en zonodig worden toegelicht – wanneer de feitelijke CPI-mutatie begin 2021 bekend is.
Hier worden de beheerskosten gerelateerd aan de repartitie. De gestelde norm is 15%. In het budget voor 2020 wordt aan deze norm voldaan.
Hier worden de beheerskosten gerelateerd aan de rechtenopbrengsten. De gestelde norm is 15%. In budget 2020 wordt aan deze norm voldaan.
De beheerskosten van Stemra zijn in 2025 met 13,8% (€ 0,9 miljoen) gestegen ten opzichte van 2024. Over dezelfde periode steeg de consumentenprijsindex met 3,3%. Daarmee lag de kostenstijging in 2025 hoger dan de CPI-jaarmutatie. Dit wordt verklaard doordat in 2025 verdere uitvoering is gegeven aan de realisatie van de strategie, waarvoor tijdelijk additionele kosten worden gemaakt. Voorbeelden hiervan zijn de groei in het aantal FTE’s, de vervanging van de IT-omgeving en kosten voor beheer, onderhoud en licenties van de nieuwe IT-omgeving.
Hier worden de beheerskosten gerelateerd aan de repartitie. De gestelde norm is 15%. In 2022 wordt aan deze norm voldaan.
Hier worden de beheerskosten gerelateerd aan de rechtenopbrengsten. De intern gestelde norm is 15%. In 2025 kwam deze ratio uit op 15,7%. Daarmee werd de interne norm in 2025 overschreden. De overschrijding wordt verklaard door investeringen in betere systemen en doordat, in verband met de afstemming rondom bronbelasting, nog niet alle buitenlandse gelden konden worden gefactureerd.
De beheerskosten van Buma zijn in 2025 met 13,4% (€ 4,7 miljoen) gestegen ten opzichte van 2024. Over dezelfde periode steeg de consumentenprijsindex met 3,3%. Daarmee lag de kostenstijging in 2025 hoger dan de CPI-jaarmutatie. Dit wordt verklaard doordat Buma in 2025 verdere uitvoering heeft gegeven aan de realisatie van de strategie, waarvoor tijdelijk additionele kosten worden gemaakt. Voorbeelden hiervan zijn de groei in het aantal FTE’s, de vervanging van de IT-omgeving en kosten voor beheer, onderhoud en licenties van de nieuwe IT-omgeving.
Hier worden de beheerskosten gerelateerd aan de repartitie. De gestelde norm is 15%. In 2022 wordt aan deze norm voldaan.
Hier worden de beheerskosten gerelateerd aan de rechtenopbrengsten. De 2025 budget norm was 15,5%. In 2025 kwam deze ratio uit op 15,6%, een overschrijding met 0,1%. De overschrijding wordt verklaard door de tijdelijke additionele kosten van de IT-transitie en doordat, in verband met de afstemming rondom bronbelasting, nog niet alle buitenlandse gelden konden worden gefactureerd.
De baten van Stemra bedroegen in 2025 € 6,4 miljoen. De daling ten opzichte van 2024 wordt voornamelijk veroorzaakt door lagere administratievergoedingen op incasso, als gevolg van de lagere rechtenopbrengsten in 2025.
De financiële baten en lasten van Buma bedroegen in 2025 € 13,3 miljoen. Dit betreft voornamelijk het positieve beleggingsresultaat van € 11,9 miljoen. Zowel het rendement op aandelen als het rendement op vastrentende waarden was positief. Het positieve beleggingsresultaat heeft bijgedragen aan de dekking van de beheerskosten en daarmee aan het beperken van kosteninhoudingen voor rechthebbenden.
De beheerskosten zijn ten opzichte van 2018 met 16,0% gedaald tot € 21,8 miljoen. De belangrijkste redenen voor de daling waren kostenbeheersingsmaatregelen en het uitblijven van incidentele kosten die we in voorgaande jaren moesten maken. Daarnaast zijn minder kosten aan Buma toegerekend door de gewijzigde verdeelsleutel van de kosten tussen Buma en Stemra. De gezamenlijke kosten daalden in 2019 met 10% oftewel € 3,1 miljoen.
De baten van Buma bedroegen in 2025 € 34,5 miljoen. De baten bestaan voornamelijk uit ingehouden administratievergoedingen op incasso, contributies en inschrijfgelden en overige baten. De ingehouden administratievergoedingen waren hoger dan begroot doordat het gemiddelde inhoudingspercentage hoger uitkwam dan in de begroting was voorzien.
De rechtenopbrengsten uit het buitenland bedroegen in 2025 € 3,0 miljoen. De daling ten opzichte van 2024 hangt samen met share picture-vraagstukken in Salt Rights en met bronbelasting, waardoor niet alle buitenlandse gelden tijdig konden worden gefactureerd.
Bij Thuiskopie / Leenrecht / Grafisch bedroegen de opbrengsten in 2025 € 4,2 miljoen. De categorie bleef daarmee een stabiel onderdeel van de Stemra-incasso.
De opbrengsten uit Online muziekgebruik bedroegen in 2025 € 22,5 miljoen. Online bleef daarmee het grootste segment binnen Stemra en vertegenwoordigde circa 47% van de totale incasso. De opbrengsten lagen lager dan in 2024, mede door share picture-issues en doordat 2024 profiteerde van een inhaalslag op 2023. Structureel blijft Online het belangrijkste segment binnen Stemra.
De rechtenopbrengsten uit Radio & TV Stemra bedroegen in 2025 € 7,0 miljoen. De opbrengsten lagen iets lager dan in 2024. Binnen deze categorie speelde de IT-transitie een rol in de timing en verwerking van distributies.
De rechtenopbrengsten uit Producties In Eigen Beheer (PIEB) en Special Licensing bedroegen in 2025 € 4,7 miljoen. Dit segment lag lager dan in 2024. De daling hangt mede samen met marktontwikkelingen en met wijzigingen in de exploitatie van bepaalde rechten.
De rechtenopbrengsten uit BIEM-contracten voor mechanische geluidsdragers bedroegen in 2025 € 6,6 miljoen. Dit traditionele Stemra-segment bleef daarmee relatief stabiel, maar staat structureel onder invloed van veranderend muziekgebruik en de verdere digitalisering van de markt.
De rechtenopbrengsten uit het buitenland bedroegen in 2025 € 13,3 miljoen. De daling ten opzichte van 2024 werd vooral veroorzaakt door issues met share pictures in Salt Rights en door de complexiteit van bronbelasting, waardoor niet bij alle zusterorganisaties tijdig kon worden gefactureerd.
De rechtenopbrengsten bij Online Buma bedroegen in 2025 € 51,8 miljoen. Dit is lager dan in 2024. De daling wordt deels veroorzaakt door issues met share pictures en doordat 2024 profiteerde van een inhaalslag op 2023. Online blijft niettemin een belangrijk strategisch segment. BumaStemra blijft investeren in betere verwerking van online muziekgebruik en in de verdere aansluiting van Digital Service Providers.
Het marktsegment Horeca kwam in 2025 uit op € 17,1 miljoen. Daarmee bleef het niveau licht boven dat van 2024. De horeca-inkomsten hebben zich na de eerdere Covid-19-effecten verder hersteld en vormen opnieuw een stabiele inkomstenbron.
De opbrengsten uit Werk- en Verkoopruimten bedroegen in 2025 gezamenlijk € 42,2 miljoen. Dit segment bleef een stabiele pijler binnen de incasso van Buma. Het aantal gelicenseerde locaties binnen winkels, horeca en werkruimten bedroeg circa 145.600.
De inkomsten uit het marktsegment Podia bedroegen in 2025 € 49,6 miljoen. Dit segment bleef daarmee stabiel ten opzichte van 2024. In 2025 waren circa 80.000 optredens gelicenseerd. De opbrengsten worden ondersteund door de verdere normalisering van de livemarkt, hogere ticketprijzen en verbeterde verwerking van setlijsten.
Het marktsegment Radio, TV en Aanbieders kwam in 2025 uit op € 80,6 miljoen. Daarmee bleef dit segment het grootste onderdeel van de incasso van Buma. De stijging ten opzichte van 2024 werd mede veroorzaakt door na-facturatie en doorlopende contractcycli. Binnen dit segment is de basis verder verstevigd door herijking van tarieven en voorwaarden.